Het personeel van de Parijse tempel dat aan de greep van Filips de Schone ontsnapte, is waarschijnlijk niet via het land ontkomen, want de mannen van de koning patrouilleerden regelmatig in het gebied rond Parijs en aan de grenzen. Zo zijn twee tempeliers die naar het noorden probeerden te vluchten bij Chaumont bij de boven-Marne gevangengenomen, op het moment dat zij het Franse gebied zouden verlaten. Een reis naar La Rochelle (Hun eerste haven aan de Atlantische oceaan, dat ook goed verbindingen over land bezat met de havens aan de Middellandse Zee) zou uiterst moeilijk, zo niet onmogelijk zijn geweest. De eerste haven was dan weliswaar La Rochelle, maar het is bekend dat de orde een vloot van kleinere schepen op de Seine had en een twaalftal huizen en instituten langs de rivier, vanaf Parijs tot aan de kust waaronder één in Rouen en één in de buurt van het huidige Le Havre. Bovendien waren de Tempeliers vrijgesteld van belasting en werden hun schepen niet doorzocht. In de maanden direct voorafgegaande aan de eerste arrestaties konden zowel personeel als de schat gemakkelijk via de Seine naar de kust zijn overgebracht. Hier gingen mannen en vracht over op grotere schepen die vanuit La Rochelle of een andere haven naar noorden waren gevaren.
Zelfs nadat de arrestaties en de vervolging waren begonnen zal de voornaamste ontsnappingsroute voor vluchtende tempeliers eerder over water zijn geweest dan over land. Maar waar zou de vloot vanuit Franse havensteden heen gekoerst zijn? Als Filips tempeliersschepen ontdekt, veroverd of in beslag genomen, zou dat ergens zijn geregistreerd. Een dergelijke stap kan onmogelijk geheim blijven. Evenmin zou een ontscheping in Spanje of Portugal onopgemerkt zijn gebleven.
De vloot kan drie mogelijke bestemmingen hebben gehad om naartoe te vluchten.
Een daarvan zou ergens in de islamitische wereld hebben gelegen, in het gebied rond de Middellandse Zee of aan de Atlantische kust van Noord-Afrika. Maar de omstandigheden lieten dit waarschijnlijk helemaal niet toe.
Aangezien de tempeliers in 1307 nog hoopten dat ze de tegen hun ingebrachte beschuldigingen konden weerleggen. Als zij hun toevlucht zouden zoeken bij de 'ongelovigen' zou dat hetzelfde zijn als de beschuldigingen van ketterij en ontrouw toegeven.
Bovendien is het opnieuw onwaarschijnlijk dat de mohammedaanse kroniekschrijvers geen informatie zouden hebben nagelaten. Dat zou toch een geweldige propagandastunt zijn geweest?
Er wordt ook wel eens gesuggereerd dat er een veilig heenkomen zou zijn gezocht in Scandinavië, (Denemarken, Zweden, Noorwegen).
Die mogelijkheid is niet geheel uitgesloten, maar het is niet echt waarschijnlijk. Scandinavië was uiterst dun bevolkt in die tijd, en het zou moeilijk zijn geweest om in een dergelijk gebied onopgemerkt te blijven. De tempeliers hadden geen instituten, geen basis van waaruit ze konden opereren, en geen commerciële of politieke banden met de bevolking of hun regering. Nadat de orde in 1310 officieel was ontbonden zouden zij in Scandinavië evenveel kans hebben gehad vervolgd te worden als elders.
Maar er was een alternatief : Schotland, een land waarmee zij reeds vriendschappelijke betrekkingen onderhielden, een land waarvan de erkend koning (Bruce) in de ban was gedaan door de paus en bovendien een land dat schreeuwde om bondgenoten, vooral geoefende krijgslieden. Als de ridders zouden hebben getracht een ideale schuilplaats voor zichzelf te verzinnen, dan zouden ze met Schotland geen betere keus hebben kunnen maken.
Edwards vloot die gestationeerd was aan de oostkust van Engeland, blokkeerde op effectieve wijze de gevestigde handelsroutes tussen Vlaanderen en de Schotse havens als Aberdeen en Inverness. Tempeliersschepen komend vanuit La Rochelle of de monding van de Seine konden het risico om het kanaal over te steken niet riskeren. Maar er was een belangrijke route open van de noordkust van Ierland, met inbegrip van de monding van de Foyle bij Londonderry, naar het gebied van Bruce in Argyll, Kintyre en de zee-engte van Jura. Als grote afdelingen tempeliers van het vasteland van Europa en/of een deel van hun vloot onderdak hebben gevonden in schotland, kunnen zij dit slechts hebben gedaan via deze route - van Donegal, van de Foyle, van de noordwestkust van Ulster naar de zee-engte van Jura en omgeving. Het was een veilige, comfortabele en bekende route waar de Engelse vloot niet tussen beide kon komen.
Op die manier zouden schepen, wapens, materieel en krijgslieden en wellicht ook de schat hun weg naar Schotland gevonden hebben, en belangrijke versterkingen en middelen voor de zaak van Bruce hebben verschaft.
Enkele maanden na de dood van Jacques de Molay en Geoffroy de Charnay, nam de slag van Bannockburn, in Schotland, plaats. Het Schotse leger stond klaar voor het Engelse leger, in de hoop hun onafhankelijkheid te verkrijgen. Na uren strijd was de slag nog steeds onbeslist maar de beide partijen hadden zware verliezen en de vermoeidheid trad op. Maar op een gegeven moment werden de Engelsen verrast door de aankomst van nieuwe troepen die streden aan de zijde van de Schotten. Nu was de strijd voorgoed beslecht en Robert Bruce mocht zich voortaan koning noemen van een Schotland dat niet meer onder controle stond van Engeland. Wie waren deze verse troepen die de zege aan de Schotten gaf? Was het een geïmproviseerd leger dat uitsluitende bestond uit boeren en anderen die slechts bewapend waren met namaakwapens en vaandels? Zouden de Engelsen om deze reden op de vlucht slaan zonder te bemerken dat het geen soldaten waren? Dit namaak leger had waarschijnlijk ook geen paarden.
Wat is er dan in feite werkelijk gebeurd? Is het mogelijk dat een groep Tempelridders zich inderdaad mengde in de strijd? Als dit inderdaad het geval was, dan kunnen we ook de reactie van de Engelsen verstaan. De Tempelridders waren in die tijd de meest gedisciplineerde en getrainde ridders. Een leger dat al twee eeuwen vechtervaring had. Een paar ridders waren al voldoende geweest, om in hun witte mantels en met hun oorlogsvaandel, het Engelse leger op de vlucht te laten slaan.
Op vele plaatsen in Schotland zijn nog steeds platte grafzerken te zien met slechts een zwaard, grafzerken van Tempeliers.
Tegen het midden van de dertiende eeuw was de tempeliersvloot niet slechts een noodzakelijkheid geworden, maar het voornaamste pluspunt. Het was voor de tempeliers veel goedkoper om manschappen, paarden en materieel met hun eigen schepen naar het Heilig Land te vervoeren dan om de schepen van plaatselijke kooplieden huren. Over het geheel genomen was de tempeliersvloot gericht op operaties in het Middellandse - Zeegebied. Tegelijkertijd opereerde de vloot echter ook op de Atlantische oceaan.
De vloot kan drie mogelijke bestemmingen hebben gehad om naartoe te vluchten.
Een daarvan zou ergens in de islamitische wereld hebben gelegen, in het gebied rond de Middellandse Zee of aan de Atlantische kust van Noord-Afrika. Maar de omstandigheden lieten dit waarschijnlijk helemaal niet toe.
Aangezien de tempeliers in 1307 nog hoopten dat ze de tegen hun ingebrachte beschuldigingen konden weerleggen. Als zij hun toevlucht zouden zoeken bij de 'ongelovigen' zou dat hetzelfde zijn als de beschuldigingen van ketterij en ontrouw toegeven.
Bovendien is het opnieuw onwaarschijnlijk dat de mohammedaanse kroniekschrijvers geen informatie zouden hebben nagelaten. Dat zou toch een geweldige propagandastunt zijn geweest?
Er wordt ook wel eens gesuggereerd dat er een veilig heenkomen zou zijn gezocht in Scandinavië, (Denemarken, Zweden, Noorwegen).
Die mogelijkheid is niet geheel uitgesloten, maar het is niet echt waarschijnlijk. Scandinavië was uiterst dun bevolkt in die tijd, en het zou moeilijk zijn geweest om in een dergelijk gebied onopgemerkt te blijven. De tempeliers hadden geen instituten, geen basis van waaruit ze konden opereren, en geen commerciële of politieke banden met de bevolking of hun regering. Nadat de orde in 1310 officieel was ontbonden zouden zij in Scandinavië evenveel kans hebben gehad vervolgd te worden als elders.
Maar er was een alternatief : Schotland, een land waarmee zij reeds vriendschappelijke betrekkingen onderhielden, een land waarvan de erkend koning (Bruce) in de ban was gedaan door de paus en bovendien een land dat schreeuwde om bondgenoten, vooral geoefende krijgslieden. Als de ridders zouden hebben getracht een ideale schuilplaats voor zichzelf te verzinnen, dan zouden ze met Schotland geen betere keus hebben kunnen maken.
Edwards vloot die gestationeerd was aan de oostkust van Engeland, blokkeerde op effectieve wijze de gevestigde handelsroutes tussen Vlaanderen en de Schotse havens als Aberdeen en Inverness. Tempeliersschepen komend vanuit La Rochelle of de monding van de Seine konden het risico om het kanaal over te steken niet riskeren. Maar er was een belangrijke route open van de noordkust van Ierland, met inbegrip van de monding van de Foyle bij Londonderry, naar het gebied van Bruce in Argyll, Kintyre en de zee-engte van Jura. Als grote afdelingen tempeliers van het vasteland van Europa en/of een deel van hun vloot onderdak hebben gevonden in schotland, kunnen zij dit slechts hebben gedaan via deze route - van Donegal, van de Foyle, van de noordwestkust van Ulster naar de zee-engte van Jura en omgeving. Het was een veilige, comfortabele en bekende route waar de Engelse vloot niet tussen beide kon komen.
Op die manier zouden schepen, wapens, materieel en krijgslieden en wellicht ook de schat hun weg naar Schotland gevonden hebben, en belangrijke versterkingen en middelen voor de zaak van Bruce hebben verschaft.
Enkele maanden na de dood van Jacques de Molay en Geoffroy de Charnay, nam de slag van Bannockburn, in Schotland, plaats. Het Schotse leger stond klaar voor het Engelse leger, in de hoop hun onafhankelijkheid te verkrijgen. Na uren strijd was de slag nog steeds onbeslist maar de beide partijen hadden zware verliezen en de vermoeidheid trad op. Maar op een gegeven moment werden de Engelsen verrast door de aankomst van nieuwe troepen die streden aan de zijde van de Schotten. Nu was de strijd voorgoed beslecht en Robert Bruce mocht zich voortaan koning noemen van een Schotland dat niet meer onder controle stond van Engeland. Wie waren deze verse troepen die de zege aan de Schotten gaf? Was het een geïmproviseerd leger dat uitsluitende bestond uit boeren en anderen die slechts bewapend waren met namaakwapens en vaandels? Zouden de Engelsen om deze reden op de vlucht slaan zonder te bemerken dat het geen soldaten waren? Dit namaak leger had waarschijnlijk ook geen paarden.
Wat is er dan in feite werkelijk gebeurd? Is het mogelijk dat een groep Tempelridders zich inderdaad mengde in de strijd? Als dit inderdaad het geval was, dan kunnen we ook de reactie van de Engelsen verstaan. De Tempelridders waren in die tijd de meest gedisciplineerde en getrainde ridders. Een leger dat al twee eeuwen vechtervaring had. Een paar ridders waren al voldoende geweest, om in hun witte mantels en met hun oorlogsvaandel, het Engelse leger op de vlucht te laten slaan.
Op vele plaatsen in Schotland zijn nog steeds platte grafzerken te zien met slechts een zwaard, grafzerken van Tempeliers.
Tegen het midden van de dertiende eeuw was de tempeliersvloot niet slechts een noodzakelijkheid geworden, maar het voornaamste pluspunt. Het was voor de tempeliers veel goedkoper om manschappen, paarden en materieel met hun eigen schepen naar het Heilig Land te vervoeren dan om de schepen van plaatselijke kooplieden huren. Over het geheel genomen was de tempeliersvloot gericht op operaties in het Middellandse - Zeegebied. Tegelijkertijd opereerde de vloot echter ook op de Atlantische oceaan.
De vloot kan drie mogelijke bestemmingen hebben gehad om naartoe te vluchten.
Een daarvan zou ergens in de islamitische wereld hebben gelegen, in het gebied rond de Middellandse Zee of aan de Atlantische kust van Noord-Afrika. Maar de omstandigheden lieten dit waarschijnlijk helemaal niet toe.
Aangezien de tempeliers in 1307 nog hoopten dat ze de tegen hun ingebrachte beschuldigingen konden weerleggen. Als zij hun toevlucht zouden zoeken bij de 'ongelovigen' zou dat hetzelfde zijn als de beschuldigingen van ketterij en ontrouw toegeven.
Bovendien is het opnieuw onwaarschijnlijk dat de mohammedaanse kroniekschrijvers geen informatie zouden hebben nagelaten. Dat zou toch een geweldige propagandastunt zijn geweest?
Er wordt ook wel eens gesuggereerd dat er een veilig heenkomen zou zijn gezocht in Scandinavië, (Denemarken, Zweden, Noorwegen).
Die mogelijkheid is niet geheel uitgesloten, maar het is niet echt waarschijnlijk. Scandinavië was uiterst dun bevolkt in die tijd, en het zou moeilijk zijn geweest om in een dergelijk gebied onopgemerkt te blijven. De tempeliers hadden geen instituten, geen basis van waaruit ze konden opereren, en geen commerciële of politieke banden met de bevolking of hun regering. Nadat de orde in 1310 officieel was ontbonden zouden zij in Scandinavië evenveel kans hebben gehad vervolgd te worden als elders.
Maar er was een alternatief : Schotland, een land waarmee zij reeds vriendschappelijke betrekkingen onderhielden, een land waarvan de erkend koning (Bruce) in de ban was gedaan door de paus en bovendien een land dat schreeuwde om bondgenoten, vooral geoefende krijgslieden. Als de ridders zouden hebben getracht een ideale schuilplaats voor zichzelf te verzinnen, dan zouden ze met Schotland geen betere keus hebben kunnen maken.
Edwards vloot die gestationeerd was aan de oostkust van Engeland, blokkeerde op effectieve wijze de gevestigde handelsroutes tussen Vlaanderen en de Schotse havens als Aberdeen en Inverness. Tempeliersschepen komend vanuit La Rochelle of de monding van de Seine konden het risico om het kanaal over te steken niet riskeren. Maar er was een belangrijke route open van de noordkust van Ierland, met inbegrip van de monding van de Foyle bij Londonderry, naar het gebied van Bruce in Argyll, Kintyre en de zee-engte van Jura. Als grote afdelingen tempeliers van het vasteland van Europa en/of een deel van hun vloot onderdak hebben gevonden in schotland, kunnen zij dit slechts hebben gedaan via deze route - van Donegal, van de Foyle, van de noordwestkust van Ulster naar de zee-engte van Jura en omgeving. Het was een veilige, comfortabele en bekende route waar de Engelse vloot niet tussen beide kon komen.
Op die manier zouden schepen, wapens, materieel en krijgslieden en wellicht ook de schat hun weg naar Schotland gevonden hebben, en belangrijke versterkingen en middelen voor de zaak van Bruce hebben verschaft.
Enkele maanden na de dood van Jacques de Molay en Geoffroy de Charnay, nam de slag van Bannockburn, in Schotland, plaats. Het Schotse leger stond klaar voor het Engelse leger, in de hoop hun onafhankelijkheid te verkrijgen. Na uren strijd was de slag nog steeds onbeslist maar de beide partijen hadden zware verliezen en de vermoeidheid trad op. Maar op een gegeven moment werden de Engelsen verrast door de aankomst van nieuwe troepen die streden aan de zijde van de Schotten. Nu was de strijd voorgoed beslecht en Robert Bruce mocht zich voortaan koning noemen van een Schotland dat niet meer onder controle stond van Engeland. Wie waren deze verse troepen die de zege aan de Schotten gaf? Was het een geïmproviseerd leger dat uitsluitende bestond uit boeren en anderen die slechts bewapend waren met namaakwapens en vaandels? Zouden de Engelsen om deze reden op de vlucht slaan zonder te bemerken dat het geen soldaten waren? Dit namaak leger had waarschijnlijk ook geen paarden.
Wat is er dan in feite werkelijk gebeurd? Is het mogelijk dat een groep Tempelridders zich inderdaad mengde in de strijd? Als dit inderdaad het geval was, dan kunnen we ook de reactie van de Engelsen verstaan. De Tempelridders waren in die tijd de meest gedisciplineerde en getrainde ridders. Een leger dat al twee eeuwen vechtervaring had. Een paar ridders waren al voldoende geweest, om in hun witte mantels en met hun oorlogsvaandel, het Engelse leger op de vlucht te laten slaan.
Op vele plaatsen in Schotland zijn nog steeds platte grafzerken te zien met slechts een zwaard, grafzerken van Tempeliers.
Tegen het midden van de dertiende eeuw was de tempeliersvloot niet slechts een noodzakelijkheid geworden, maar het voornaamste pluspunt. Het was voor de tempeliers veel goedkoper om manschappen, paarden en materieel met hun eigen schepen naar het Heilig Land te vervoeren dan om de schepen van plaatselijke kooplieden huren. Over het geheel genomen was de tempeliersvloot gericht op operaties in het Middellandse - Zeegebied. Tegelijkertijd opereerde de vloot echter ook op de Atlantische oceaan.